• Bel ons (24/7)0316 - 33 10 76

Konijn

Het Europees konijn is tussen de 35 tot 50 cm

Wist u dat konijnen…

  • Bijna geen zweetklieren hebben?
  • Ze daardoor heel slecht tegen warmte kunnen?
  • Hun oren gebruiken om af te koelen?
  • Erg goed kunnen ruiken?
  • Erg goed kunnen zien in de schemering?
  • Ongeveer 120 keer per minuut kauwen?
  • Tanden hebben die constant doorgroeien?
  • Hun voedsel verteren met behulp van bacteriën?
  • Veel kristallen in hun urine hebben, waardoor het zo wit opdroogt?
  • Hele kleine trillingen kunnen waarnemen en dit gebruiken in hun communicatie?
  • Geurklieren hebben op de kop en flanken?
  • Geen regelmatige cyclus hebben?
  • Een draagtijd van 31 dagen hebben?
  • Algemene informatie
  • sex Castratie en sterilisatie
  • Diarree
  • tooth Gebitsproblemen
  • Haarballen
  • vaccine3 Konijnenziektes
  • Mijten
  • Scheve kopstand
  • Voeding

Algemene informatie

Het konijn behoort niet tot de knaagdieren, zoals veel mensen denken, maar tot de haasachtigen. Er is een grote variatie in konijnenrassen. Zo weegt een Vlaamse reus ongeveer zes tot acht kilo, maar er zijn ook Dwergkonijntjes van nog geen 800 gram. Er zijn ongeveer veertig rassen die als huisdier worden gehouden. Deze konijnen stammen allemaal af van het Europese wilde konijn. Het meest populair zijn het Hollandertje en de Nederlandse hangoordwerg.

Keutels

Konijnen produceren twee soorten keutels. Ze produceren normale keutels die we in het hok vinden en de zogenaamde caecotrofen. Caecotrofen zijn slappe keutels die uit de blinde darm komen. Konijnen eten deze keutels meteen weer op, omdat ze vol nuttige voedingsstoffen en vitaminen zitten. Wanneer een konijn te dik is, kan hij niet bij zijn achterste komen om de caecotrofen op te eten. Voor u als eigenaar lijkt het dan alsof uw konijn diarree heeft.

Verder hebben konijnen een licht skelet in verhouding tot hun lichaamsgewicht. Hierdoor kunnen ze erg snel wat breken. Hierbij spelen overgewicht en slecht hanteren van het konijn ook een belangrijke rol.

Voeding

De voeding van konijnen hoort als hoofdbestanddeel hooi te bevatten, met daarnaast een kleine hoeveelheid brokjes. Bij het kopen van konijnenvoer kunt u het beste alleen de brokjes kopen, dus zonder zaadjes en andere bijmengingen. De brokjes bevatten namelijk alle voedingsstoffen die uw konijn nodig heeft. De zaadjes en gekleurde stukjes brood bevatten alleen maar loze calorieën. Ze maken uw konijn alleen dik. Wanneer uw konijn keus heeft, zal deze alleen de lekkere, vette stukjes eten en de brokjes laten liggen. Daarom raden wij aan alleen de brokjes te geven. Het hooi zorgt voor voldoende vezels, waardoor de darmfunctie optimaal blijft en de tanden goed afslijten.

Meer informatie over voeding van het konijn

Nagels

Nagels van konijnen en knaagdieren zijn uitermate geschikt om in de grond te graven en slijten in de natuur net zo snel als dat ze aangroeien. Bij ons in huis krijgt het konijn niet genoeg mogelijkheden om zijn nagels te slijten, daarom moeten de nagels af en toe geknipt worden. U kunt bij ons een afspraak maken om de nagels te laten knippen door onze assistentes, of u kunt zelf een schaartje kopen bij de dierenwinkel. Als vuistregel kunt u gebruiken dat de nagels even lang horen te zijn als de haren aan de tenen.

sex Castratie en sterilisatie

Castratie

Castratie betekent letterlijk het verwijderen van de gonaden (testikels of eierstokken). Hoewel we dit zowel bij de rammelaar als de voedster doen, noemen we het bij de voedster sterilisatie en alleen bij de rammelaar castratie.

De voornaamste redenen om een rammelaar te castreren zijn ongewenst gedrag en het voorkomen van nestjes.

Rammelaars kunnen gecastreerd worden vanaf ongeveer twaalf weken leeftijd, mits de testikels duidelijk zichtbaar zijn. Na de castratie kan een rammelaar soms nog zes (twee tot acht) weken vruchtbaar zijn. Het is dus verstandig om hem na de operatie nog even gescheiden te houden van niet-gesteriliseerde voedsters.

Sterilisatie

Om onderstaande redenen adviseren wij eigenaren van een voedster (vrouwelijk konijn) het dier rond de leeftijd van zes maanden te steriliseren:

  • Het voorkomen van ongewenste dracht.
  • Het voorkomen van hormonale problemen, door bijvoorbeeld cysteuze ovaria.
  • Agressiviteit naar mensen en/of andere dieren.
  • Voorkomen van baarmoedertumoren en baarmoederontstekingen.
  • Het tegengaan van agressiviteit of dominantie. Dominantie uit zich onder andere als het rijden op andere konijnen (op mannetjes, maar ook vrouwtjes).

Vooral dat laatste is erg belangrijk. Voedsters hebben op latere leeftijd een grote kans op baarmoederkanker of -ontstekingen (70%). De symptomen van baarmoederproblemen zijn: niet eten, stil in een hoekje blijven zitten en zwakte. Soms: een opgezette buik, veel drinken en plassen, en afscheiding uit de vagina. Deze problemen zijn te voorkomen door voedsters rond de leeftijd van zes maanden te laten steriliseren. Raadpleeg in geval van ziekte of een vermoeden daarvan altijd de dierenarts. Als uw konijn niet eet, moet u dezelfde dag nog naar de dierenarts gaan. Te lang wachten kan dodelijk zijn en bijvoeding is vrijwel altijd nodig.

Een voedster is na de sterilisatie meteen onvruchtbaar. Het is wel verstandig haar de eerste dagen na de operatie te scheiden van opdringerige hokgenoten, zodat ze rustig kan herstellen (en u goed kan zien hoeveel ze eet).

Operatierisico

Een veelgehoorde reden om konijnen niet te laten castreren/steriliseren is het potentiële risico van de operatie/narcose. Het klopt dat konijnen wat gevoeliger zijn voor narcosemiddelen dan honden en katten. Als ze na de operatie door pijn, stress of ontsteking van de wond niet (goed) eten, dan is dat ook eerder fataal dan bij honden of katten.

Het is natuurlijk ons streven om deze risico’s zo klein mogelijk te maken. Daarom gebruiken wij narcosemiddelen die veilig zijn bevonden bij konijnen, en dit in zo laag mogelijke doseringen. We gebruiken daarbij altijd zuurstof en gasnarcose om de risico’s verder te verkleinen. Na de operatie krijgt een konijn warmte en zuurstof tot hij/zij wakker begint te worden. Ieder konijn krijgt voorafgaand aan de operatie een injectie met pijnstilling die 24 uur werkt en voedsters krijgen extra pijnstilling mee naar huis voor de dagen erna. Tijdens het verblijf bij ons in de praktijk worden ze apart gehouden van de honden en katten in de opname om ze zo min mogelijk stress te geven en worden ze goed in de gaten gehouden na de operatie tot ze naar huis mogen.

Het is natuurlijk ook heel belangrijk om uw konijn na de operatie goed in de gaten houden. Ziet u dat de wond rood, dik of vies is, of dat uw dier niet (genoeg) eet? Maak dan zo snel mogelijk een afspraak voor een controle.

Diarree

Diarree bij jonge konijntjes kan verschillende oorzaken hebben.

De meest voorkomende zijn:

  • Het niet eten van de caecotrofen (zachte keutels)
  • Wormen
  • Voedingsfouten
  • Overgang van melk naar vast voedsel
  • Oraal toegediende antibiotica, zoals Penicilline

In negen van de tien gevallen komt het door het niet opeten van de zachte keutels. Dit zijn de zachte keutels die voornamelijk ‘s ochtends vroeg worden geproduceerd. Zo komen uit de blinde darm en bevatten veel vitaminen en belangrijke voedingsstoffen. Hierdoor worden verteringsbacteriën als het ware gerecycled.

De jonge konijnen eten hun caecotrofen niet, omdat ze ten gevolge van een te vezelarme voeding niet lekker smaken. Vaak geven mensen alleen maar gemengd voer met erg weinig hooi. Bij voeding kunt u alles lezen over het juiste dieet voor uw konijn.

Diarree bij volwassen konijnen wordt soms veroorzaakt door een bepaald soort bacterie: Clostridium. Deze bacterie is altijd in kleine hoeveelheden in de darm aanwezig. Wanneer hij de kans krijgt om te vermeerderen zal uw dier diarree krijgen. Ook een slechte voeding kan bij volwassen konijnen problemen geven.

tooth Gebitsproblemen

De tanden en kiezen van konijnen en knaagdieren groeien constant door. Normaal gesproken zullen deze even hard slijten als aangroeien. Als de slijtage te langzaam gaat (meestal door verkeerde voeding) of onmogelijk is door een verkeerde stand (bijvoorbeeld na trauma, maar vaak ook aangeboren) dan ontstaan er problemen.

Aangeboren afwijkingen komen het meest voor bij dwergkonijnen. Deze dieren hebben namelijk een relatief korte neus, waardoor er minder ruimte is voor de tanden en kiezen.

Gevolgen

Snijtanden die niet goed afslijten, groeien door en krullen om (“olifantstanden”). De tanden van de onderkaak krullen naar binnen, de tanden van de bovenkaak krullen meestal opzij. Doordat ze niet meer op elkaar aansluiten, kan een dier geen hooi meer in stukjes knippen. Op een gegeven moment kan hij ook geen voer meer oppakken.

Kiezen die niet goed afslijten, krijgen haken. Aan de bovenkaak groeien de haken aan de buitenkant en de wang in. Aan de onderkant groeien ze aan de kant van de tong; bij cavia’s kan hierdoor zelfs een brug over de tong ontstaan. Haken die in de wang of tong prikken zijn pijnlijk en veroorzaken op den duur verwondingen en ontstekingen.

Bij gebitsproblemen zijn niet altijd (alleen) de zichtbare delen van de tanden of kiezen afwijkend. Ook de wortels kunnen doorgroeien, maar dan de diepte in. Hierdoor kunnen abcessen in de kaak ontstaan.

Behandeling

Snijtanden die te lang zijn kunnen we (meestal) zonder narcose slijpen. Kiezen slijpen doen we altijd met gasnarcose, omdat we de kiezen anders niet goed genoeg in beeld kunnen krijgen. Knippen van de tanden en kiezen doen we niet, omdat dit voor splijten kan zorgen – en dat geeft vaak blijvende schade.

Om terugkeren van de problemen te voorkomen (of verminderen), is het optimaliseren van het dieet noodzakelijk. Zeker bij aangeboren afwijkingen zal het slijpen regelmatig herhaald moeten worden. In deze gevallen kan het verwijderen van de snijtanden overwogen worden. Bij kieswortelabcessen is voor een blijvende oplossing het trekken van de kies noodzakelijk.

Konijnen en knaagdieren kunnen zonder snijtanden en kiezen nog steeds eten. Ze kunnen alleen niet meer knagen, dus hooi zal ik kleine stukjes aangeboden moeten worden.

Haarballen

Konijnen trekken vaak haar uit hun vacht. Soms is dit voor het maken van een nest, maar het kan ook een gevolg zijn van een dieet met onvoldoende vezels of huidirritatie door bacteriën of parasieten.

Haren worden doorgeslikt en uitgepoept. Bij verminderde darmwerking of opname van teveel haar vormen zich echter haarballen die niet verteren en dus in de maag blijven zitten. Konijnen kunnen ook niet braken om de haarballen via deze weg kwijt te raken. Het konijn zal stoppen met eten en in de maag is een dikke bal te voelen. Met medicijnen en dwangvoeding kunnen we het konijn nog redden als we op tijd zijn, maar soms is het al te laat.

Haarballen voorkomen

Zorg voor een gebalanceerd dieet met voldoende hooi. Let bij langharige konijnen in de rui extra op en borstel ze regelmatig. Bij konijnen die regelmatig last hebben kan een anti-haarbalpasta helpen.

vaccine3 Konijnenziektes

Myxomatose
Myxomatose is een konijnenziekte die bijna altijd een dodelijke afloop kent. Het virus wordt overgebracht van konijn op konijn via insectenbeten, bijvoorbeeld van muggen. Symptomen van deze ziekte zijn koorts, benauwdheid, sloomheid en ontstekingen of bulten aan de oren, neus en geslachtsopening.

RHD
RHD staat voor Rabbit Haemmorragic Disease, soms ook VHD (Viral Haemorragic Disease) genoemd. Ook dit is een konijnenziekte met een vaak dodelijke afloop. Bij RHD verloopt het proces zo snel dat er geen symptomen waar te nemen zijn. Vaak treedt er wel een koortspiek op, maar deze wordt bijna nooit waargenomen. Bij RHD treden er inwendige bloedingen op waaraan het dier zal overlijden. Overdracht gebeurt via direct contact, zoals het snuffelen aan besmette konijnen. Ook indirect contact, zoals het eten van besmet gras kan leiden tot besmetting met RHD.

Nieuwe variant RHD (RHD2)
Sinds begin december 2015 is bekend dat er een nieuwe variant van RHD in Nederland zorgt voor sterfte onder wilde en tamme konijnen. Konijnen die zijn besmet met RHD2 komen vrijwel altijd te overlijden na 24-48 uur. Voor deze tijd zijn de konijnen echter vaak al een paar dagen besmettelijk waardoor het virus tijd krijgt om te verspreiden. Daarom is het voor dit virus extra belangrijk om maatregelen te treffen om verspreiding tegen te gaan, zoals u kunt lezen op de site van Universiteit Utrecht over RHD2.

Nieuwe vaccinatie

Sinds begin 2020 is er een nieuw konijnenvaccin dat beschermt tegen myxomatose, RHD1 en RHD2. Dit vaccin beschermt het konijn één jaar, dus ook geen extra vaccinaties per jaar om de bescherming optimaal te houden.

Vanaf vijf weken leeftijd kan een konijn hiermee worden ingeënt. En drie weken na de toediening van dit drievoudig werkend konijnenvaccin is de immuniteit opgebouwd. Dus met slechts één injectie per jaar, is het konijn beschermd tegen (alle) bekende en dodelijke konijnen-virussen (zie hierboven).

De konijnen-vaccinatie-dagen worden vanaf het voorjaar in 2020 niet meer georganiseerd, omdat er nu nog maar één vaccin gegeven dient te worden. Door de komst van dit nieuwe vaccin, wat per dosis in een flacon zit, kunnen we op ieder gewenst moment een konijn vaccineren. Zo zit u als eigenaar ook niet meer gebonden aan deze vaste dagen. De kosten voor een vaccinatie van één konijn (per jaar) is nagenoeg gelijk aan de prijs die we tijdens de vaccinatiedagen hanteerden. Over het algemeen heeft ieder konijn een maatje (konijn is een groepsdier), wat ook een voordeel oplevert in de kosten bij een gelijktijdige vaccinatie.

Tegen geen enkele ziekte is 100% van de dieren te beschermen. Immers, er zullen altijd individuen zijn die na een vaccinatie een minder goede weerstand opbouwen of zelfs helemaal geen weerstand opbouwen. Gelukkig zijn dat er maar heel weinig. Voor een goede weerstandsopbouw is het nodig dat konijnen op het moment van de vaccinatie over een goede gezondheid beschikken. Aanwezigheid van andere ziekten, worminfecties en incomplete voeding kunnen een verminderde weerstandsopbouw tot gevolg hebben.

Mocht u een afspraak willen maken voor de vaccinatie van uw konijn, dan kunt u telefonisch een afspraak maken. Mocht uw konijn nog niet eerder gevaccineerd zijn, dan raden wij u aan dit zo vroeg mogelijk in het voorjaar te doen, zodat uw konijn in het muggenseizoen goed beschermd is.

Mijten

Mijten zijn kleine spinachtige parasieten die met het blote oog niet zichtbaar zijn. Ze komen voor bij honden, katten, konijnen en knaagdieren, en ook bij de mens. Sommige zijn diersoortspecifiek, andere zijn zoönotisch (ze kunnen van dier op mens overgebracht worden).

Vachtmijt

Er zijn verschillende soorten vachtmijten, maar de meest voorkomende is Cheyletiella, ook wel schilfermijt genoemd. Iedere diersoort heeft zijn eigen Cheyletiella-soort, maar in de praktijk zijn ze niet zo kieskeurig, waardoor in één huishouden zowel de hond, kat, konijn en zelfs de eigenaar huidklachten kunnen krijgen.

Vachtmijten leven op de huid en leggen hun eitjes vastgekleefd aan de haren. Het vrouwtje kan tot 10 dagen in de omgeving overleven. Ze veroorzaken schilfering en wisselend jeuk, hoewel sommige dieren geen last lijken te hebben

Cheyletiella-mijten kunnen soms met het blote oog gezien worden, maar meestal nemen we een monster met een kam en zien we ze onder de microscoop. We kunnen dieren makkelijk behandelen met een speciale pipet, die een paar keer herhaald moet worden. Belangrijk is dat we alle dieren in het huishouden behandelen en dat ook de omgeving goed schoongemaakt wordt.

LET OP! De meeste pipetten voor honden en katten zijn giftig voor het konijn!

Vachtmijt zonder schilfers

Naast de Cheyletiella vachtmijt komt er bij het konijn ook een vachtmijt voor die geen schilfers veroorzaakt, dit is de mijt Leoparacarus gibbus. Deze mijt tast de haarschacht aan, waardoor het haar met bosjes uitvalt. Dit gebeurt het meest in de nek, op de rug en buik. Soms is er jeuk, maar dat hoeft niet. De mijten kunnen we aantonen met microscopisch onderzoek van een haarpluksel. De behandeling gaat meestal goed met een speciale pipet.

LET OP! De meeste pipetten voor honden en katten zijn giftig voor het konijn!

Schurft

Schurft bij het konijn wordt meestal veroorzaakt door mijten die normaal bij de hond (Sarcoptes scabei var. canis) of kat (Notoedres cati) voorkomen. Soms is Demodex cuniculi de boosdoener; deze mijt is familie van de demodex-mijten die voorkomen bij de hond en kat, maar is onderling nauwelijks besmettelijk. Schurftmijten graven gangen in de huid, waardoor het konijn jeuk krijgt. Door het krabben ontstaan er kale plekken en korsten. Demodex-mijten zitten in de haarzakjes en geven minder klachten, maar bij overgroei kan er haaruitval optreden. Mijten zitten het meest op de oren en de kop, maar kunnen zich uitbreiden over de rest van het lichaam. De diagnose kunnen we met zekerheid stellen als we de mijten in een afkrabsel onder de microscoop zien. Ze zijn echter niet altijd te vinden, dus soms hebben we alleen een sterke verdenking op basis van de klachten.

Behandeling kan tegenwoordig vrij eenvoudig met speciale pipetten.

LET OP! De meeste pipetten voor honden en katten zijn giftig voor het konijn!

Scheve kopstand

Soms zien we konijnen met een scheve kopstand. Deze stand van het hoofd wordt vaak veroorzaakt door een middenoor ontsteking. Deze ontsteking kan door verschillende soorten bacteriën ontstaan, maar meestal is Pasteurella de boosdoener. Een oorontsteking is vaak behandelen.

Een andere mogelijke veroorzaker van een scheve kopstand is de parasiet Encephalitozoon cuniculi. Deze wordt via lucht, voedsel en urine overgebracht. Jonge konijntjes (vier tot zes weken) zijn het meest vatbaar voor de parasiet, maar de symptomen komen vaak pas op latere leeftijd. Deze parasiet tast de hersenen, ogen, longen, nieren en lever aan. De ziekte is niet te behandelen, maar alleen te onderdrukken met medicijnen.

Een laatste mogelijke oorzaak voor een scheve kopstand is een beroerte, waarbij we naast een scheve kop ook afwijkende bewegingen van de ogen kunnen zien.

Afhankelijk van de oorzaak kan een konijn zich ook anders gedragen of slecht gaan eten. In sommige gevallen kan een konijn ook niet meer recht lopen of staan.

Het is belangrijk om reeds bij milde of beginnende klachten het konijn te laten onderzoeken. We kunnen dan bekijken of het dier geholpen kan worden (bij een oorontsteking) of misschien behandeld moet worden om hokgenoten te beschermen (bij verdenking van E. cuniculi).

Voeding

Graag geven wij u meer informatie over de beste voeding voor uw konijn. Helaas zien wij in de kliniek veel konijnen die verkeerde voeding krijgen, waardoor ze te dik zijn, problemen hebben met hun gebit of darmklachten ontwikkelen.

De tanden en kiezen van een konijn groeien continu door. Om te zorgen dat ze op de juiste lengte blijven, moet er dus een continue slijtage zijn. Bij een goede vezelrijke voeding is deze slijtage over het algemeen voldoende, tenzij er een onderliggend tandprobleem is (b.v. slechte stand van de tanden/kiezen). Een knaagsteen is dus niet nodig, en kan bovendien zorgen voor een te hoge calcium-opname met blaasstenen tot gevolg.

Bacteriën spelen een grote rol in de darmen van een konijn. De juiste bacteriën helpen met het verteren van de vezels uit het voer en zorgen ervoor dat foute bacteriën niet de overhand kunnen krijgen. Veel suikers in de voeding kunnen leiden tot een dysbacteriose: de verkeerde bacteriën kunnen dan te goed gaan groeien en de goede bacteriën wegdrukken. Dit leidt tot diarree en buikpijn, wat vervolgens ertoe kan leiden dat het konijntje niet meer eet en zelfs kan overlijden.

Het is belangrijk dat u regelmatig het gewicht van uw konijn controleert, want hij mag ook niet te mager worden. Vindt u het lastig om in te schatten of uw konijn te dik of juist te dun is, dan kunt u dat gerust aan de dierenarts of de assistente vragen.

Hooi

Een goed voedingspatroon bestaat voor 80% uit hooi en gras. Dit komt in de praktijk neer op een stapel hooi van het formaat van het konijn. Let echter wel op met gras: konijnen die dit niet gewend zijn, kunnen hier eerst ook last van krijgen, dus rustig opbouwen.

Hooi is erg belangrijk voor het gebit (voorkomen van doorgroeien van tanden en haken aan kiezen) en voor een goede darmflora (voorkomen van diarree en andere ingewandsstoornissen).

Vers drinkwater moet altijd voorradig zijn in een zwaar stenen bakje of een flesje met drinknippel.

Groenvoer

Daarnaast mag dagelijks een kleine hoeveelheid (10-15%) groente en kruiden gegeven worden. Hierbij kunt u denken aan andijvie, bloemkoolblad, paardebloemblad, weegbree, klaver, witlof, wortelloof, stengels van kruiden (peterselie, munt, koriander), af en toe een stuk winterpeen. Haal kruiden liever niet uit de berm in verband met besmetting door honden, wilde konijnen en auto’s. Geef groenvoer op kamertemperatuur.

Let wel op: konijnen die geen groenvoer gewend zijn kunnen hier eerst last van krijgen, dus rustig opbouwen.

Brokjes

De laatste 5% van het dieet kan bestaan uit pellets (homogene korrels of bix). Dit bevat vrij veel energie zonder dat ze er voor hoeven te werken, dus bij konijnen met wat overgewicht mag hier gerust minder van gegeven worden. Kies ook voor de ‘saaie’ variant: allemaal dezelfde brokjes zodat konijnen niet kunnen selecteren.

De hoeveelheid die het konijn krijgt moet hij in 10 minuten op kunnen eten. Doet hij er langer over, dan krijgt hij waarschijnlijk te veel.

Voor dieren die al problemen hebben met hun gebit raden wij het krachtvoer Science Selective aan, dat de tanden en kiezen wat meer doet slijten. 

Tussendoortjes

Af en toe kunt u een konijnensnoepje, een stukje fruit (bijvoorbeeld appel) of een stukje (1cm) wortel geven. Dit bevat veel suiker en kan dus darmproblemen geven, kijk hier dus mee uit.

Wat niet geven

Boterbloemen, speenkruid, gouden regen, taxus en rhododendron zijn giftig voor het konijn. Denk niet dat het konijn zelf wel weet wat goed voor hem is! Ook melk is niet goed voor een konijn.

Wat u beter ook niet geeft: avocado, maïs, ijsbergsla, rabarber, tomaat, spinazie, koekjes, brood, ontbijtgranen, pasta, chocola, mos, bloembollen (en wat daaruit groeit).

Als uw konijn snel last heeft van blaasgruis of blaasstenen, dan moet u opletten met de hoeveelheid calcium in het voer. Dan geeft u beter geen peterselie, spinazie, waterkers, munt of alfalfa hooi. Er bestaan ook speciale pellets met minder calcium.

Spoed!

Eet uw konijn plotseling minder of helemaal niets, dan is dat een reden om snel met uw konijn langs te komen in de kliniek. Als uw konijn niet eet, kan dat al snel gevaarlijke spijsverteringsstoornissen met dodelijke afloop tot gevolg hebben. Om dit te voorkomen, moet de oorzaak van het niet eten opgespoord en behandeld worden. In de tussentijd moet uw konijn toch voedsel binnenkrijgen. We hebben hiervoor speciale vloeibare voeding in de kliniek.

Terug naar Dier & Info
Lees meer op Licg.nl