Castratie

Castratie betekent letterlijk het verwijderen van de gonaden (testikels of eierstokken). Hoewel we dit zowel bij de rammelaar als de voedster doen, noemen we het bij de voedster sterilisatie en alleen bij de rammelaar castratie.

De voornaamste redenen om een rammelaar te castreren zijn ongewenst gedrag en het voorkomen van nestjes.

Rammelaars kunnen gecastreerd worden vanaf ongeveer 12 weken leeftijd, mits de testikels duidelijk zichtbaar zijn. Na de castratie kan een rammelaar soms nog 6 (2-8) weken vruchtbaar zijn. Het is dus verstandig om hem na de operatie nog even gescheiden te houden van niet-gesteriliseerde voedsters.

Sterilisatie

Om onderstaande redenen adviseren wij eigenaren van een voedster (vrouwelijk konijn) het dier rond de leeftijd van zes maanden te steriliseren:

  • het voorkomen van ongewenste dracht;
  • het voorkomen van hormonale problemen, door bijvoorbeeld cysteuze ovaria;
  • het tegengaan van agressiviteit of dominantie. Dominantie uit zich onder andere als het rijden op andere konijnen (op mannetjes, maar ook vrouwtjes);
  • agressiviteit naar mensen en/of andere dieren;
  • voorkomen van baarmoedertumoren en baarmoederontstekingen.

Vooral dat laatste is erg belangrijk. Voedsters hebben op latere leeftijd een grote kans op baarmoederkanker of -ontstekingen (70%). De symptomen van baarmoederproblemen zijn: niet eten, stil in een hoekje blijven zitten en zwakte. Soms: een opgezette buik, veel drinken en plassen, en afscheiding uit de vagina. Deze problemen zijn te voorkomen door voedsters rond de leeftijd van zes maanden te laten steriliseren. Raadpleeg in geval van ziekte of een vermoeden daarvan altijd de dierenarts. Als uw konijn niet eet, moet u dezelfde dag nog naar de dierenarts gaan. Te lang wachten kan dodelijk zijn en bijvoeding is vrijwel altijd nodig.

Een voedster is na de sterilisatie meteen onvruchtbaar. Het is wel verstandig haar de eerste dagen na de operatie te scheiden van opdringerige hokgenoten, zodat ze rustig kan herstellen (en u goed kan zien hoeveel ze eet).

Operatierisico

Een veelgehoorde reden om konijnen niet te laten castreren/steriliseren is het potentiële risico van de operatie/narcose. Het klopt dat konijnen wat gevoeliger zijn voor narcosemiddelen dan honden en katten. Als ze na de operatie door pijn, stress of ontsteking van de wond niet (goed) eten, dan is dat ook eerder fataal dan bij honden of katten.

Het is natuurlijk ons streven om deze risico’s zo klein mogelijk te maken. Daarom gebruiken wij narcosemiddelen die veilig zijn bevonden bij konijnen, en dit in zo laag mogelijke doseringen. We gebruiken daarbij altijd zuurstof en gasnarcose om de risico’s verder te verkleinen. Na de operatie krijgt een konijn warmte en zuurstof tot hij/zij wakker begint te worden. Ieder konijn krijgt voorafgaand aan de operatie een injectie met pijnstilling die 24 uur werkt en voedsters krijgen extra pijnstilling mee naar huis voor de dagen erna. Tijdens het verblijf bij ons in de praktijk worden ze apart gehouden van de honden en katten in de opname om ze zo min mogelijk stress te geven en worden ze goed in de gaten gehouden na de operatie tot ze naar huis mogen.

Het is natuurlijk ook heel belangrijk om uw konijn na de operatie goed in de gaten houden. Ziet u dat de wond rood, dik of vies is, of dat uw dier niet (genoeg) eet? Maak dan z.s.m. een afspraak voor een controle.