Zoönosen zijn infectieziekten die bij dieren voorkomen, maar ook naar mensen kunnen worden overgedragen.

Door vlooien overgebrachte zoönosen

Kattenkrabziekte: Bartonella henselae/clarridgeia is een bacterie die in de kat voorkomt. Een vlo zuigt deze bacterie op. De vlo poept het virus weer uit en deze komt uiteindelijk terecht op de nagels en in de bek van de kat. Overdracht naar de mens gebeurt via krabben, bijten en likken. De symptomen: twee tot twaalf dagen na de infectie ontstaat er een papel, pustel of vesikel, een soort bultje, op de plaats van de infectie. Deze verdwijnt na één tot drie weken na de infectie, maar de lymfeknopen zijn inmiddels vergroot. Eventuele complicaties: lymfeknopen die een abces gaan vormen en open kunnen barsten, hersenvliesontsteking of uitzaaiing naar botten, lever of longen. Ook een oogontsteking komt voor.

Rickettsiose: De bacterie die deze ziekte veroorzaakt moet in een cel zitten om te overleven. Er zijn meerdere soorten bacteriën die deze ziekte kunnen veroorzaken. De bacterie kan door teken, vlooien, mijten en luizen overgebracht worden. De belangrijkste overdrager is de kattenvlo. Deze ziekte wordt bij de mens Spotted Fever genoemd, omdat de ziekte een vlekkerige huiduitslag geeft die gepaard gaat met griepachtige verschijnselen. Deze ziekte komt vooral voor in Amerika en is nog niet met zekerheid in Nederland vastgesteld. Rickettsiae zijn wel aangetoond in de Nederlandse kattenvlo.

De pest: Deze ziekte wordt veroorzaakt door Yersinia pestis. Het belangrijkste reservoir zijn de in het wild levende knaagdieren. De ziekte is in Nederland uitgeroeid. De rattenvlo brengt de ziekte over van rat naar rat en naar mens. Ook katten kunnen builenpest ontwikkelen: koorts met vergrote lymfeknopen. Honden zijn minder gevoelig.

Dipylidiase: Dit is besmetting met de lintworm van de hond en kat (Dipylidium canis). Honden, katten, vossen en heel soms de mens is de gastheer. De larve van de vlo eet de larven van de worm op en deze tussengastheer wordt weer door de eindgastheer opgegeten. Bijvoorbeeld: kinderen die iets van de vloer eten of na het knuffelen met de hond de handen niet wassen voor het eten.

Tunggiasis: Dit is een parasitaire huidziekte, vaak aan de voeten. De ziekte wordt veroorzaakt door de vrouwelijke zandvlo. Deze graaft zich in in de huid. Klachten: jeuk en wondjes. Honden, katten, varkens en ratten treden op als reservoir van gastheren. De ziekte komt in Nederland niet voor, maar wel bij reizigers die naar de tropen zijn geweest.

Door teken overgebrachte zoönosen

Er zijn twee grote groepen teken: de harde teken (Ixodus) en de zachte teken (Dermacantor). De harde teken komen in Nederland het meest voor.

Ziekte van Lyme: Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia burgdorferi en wordt ook wel Borreliose genoemd. De ziekte geeft bij de kat nauwelijks problemen. Bij de hond wat vaker, maar ook weinig (5% tot 10% van de tekenbeten geven verschijnselen bij de hond: wisselende kreupelheid en koorts). De kat laat een aspecifieke algehele malaise zien. De mens krijgt in 60% tot 80% van de gevallen een rode ring rond de beet. Deze ontstaat één tot drie weken na de beet. De ring wordt steeds groter. Binnen de ring is de huid weer normaal. Ook bij geen behandeling verdwijnt deze ring weer vanzelf. Soms zijn er griepachtige verschijnselen aanwezig, zoals spierpijn, hoofdpijn, koorts en gewrichtspijn. Hieruit kunnen weer complicaties ontstaan als de ziekte niet behandeld wordt.

Rickettsiose: De bacterie die deze ziekte veroorzaakt kan ook door de teek overgebracht worden naar de mens. Honden kunnen deze ziekte verspreiden, doordat ze vervoerd worden van besmette naar niet-besmette gebieden. Zie voor meer informatie hierboven: Rickettsiose, overgebracht door vlo.

Tick-Borne Encephalitis: Deze ziekte wordt veroorzaakt door een virus, welke door de teek wordt overgebracht. Gastheren voor dit virus zijn: koeien, geiten en schapen. Via de melk worden ze weer uitgescheiden. De mens en de hond worden soms geïnfecteerd. Deze ziekte komt vooral voor in Centraal Europa, Scandinavië, Italië en Griekenland, maar er zijn aanwijzingen dat er ook besmette teken in Duitsland en Nederland voorkomen. Symptomen: koorts, malaise en hoofdpijn. In tweede instantie treden zenuwverschijnselen op.

Babesiose: Van de parasiet die deze ziekte veroorzaakt zijn meerdere ondersoorten. Bij de mens komt alleen de Babesia divergens voor. Deze parasiet heeft als reservoir het rund en wordt via teken (harde teken) naar de mens overgebracht. De infecties verlopen vaak symptoomloos. Soms wordt een grote milt aangetroffen. Bij de hond komt B. canis voor. Deze parasiet wordt overgebracht door een zachte teek en veroorzaakt bij de hond koorts, sloomheid, grote lymfeklieren en bleke slijmvliezen. De bleke slijmvliezen worden veroorzaakt doordat de parasiet de rode bloedcel intrekt en deze kapot maakt.

Ehrlichia en Anaplasma: Deze bacteriën infecteren onze witte bloedcellen. Ze worden door de harde teken overgebracht en komen uit het reservoir van de kleine knaagdieren, herten, reeën, schapen, paarden en runderen. Anaplasma geeft koorts, malaise, spierpijn en hoofdpijn.

Tularemie (hazenpest): Er zijn twee types van deze ziekte. Type A is in Nederland uiterst zeldzaam. De ziekte komt vooral voor in Noord-Amerika. De bacterie leeft vooral bij konijnen, maar ook bij andere zoogdieren, vogels, insecten en in water en modder. Type B komt voor in Europa, Azië en Noord-Amerika bij hazen, bevers, muskusratten en muizen. Besmetting gaat via besmet water, hooi, stro, teken en muggenbeten. Bij de mens wordt het vooral overgebracht door aanraking van besmette karkassen en door besmette luchtdeeltjes bij het hooien. Ook honden en katten kunnen besmet worden en de infectie overbrengen door bijvoorbeeld likken en krabben. Teken vormen hierbij een potentieel risico.