Er komen verschillende soorten wormen voor bij honden: rondwormen (spoelwormen), haakwormen, zweepwormen, hart-/longwormen en lintwormen.

Rondwormen

hond wormen cyclus
Rondwormen (Toxocara en Toxascaris), of spoelwormen, komen veel voor bij de hond en kat. Elke pup wordt in de baarmoeder en via moedermelk besmet met spoelwormen. Volwassen dieren kunnen een nieuwe besmetting oplopen door het eten van eitjes of larven uit de omgeving (bijvoorbeeld via ontlasting van andere dieren). In de darm aangekomen ontwikkelen de eitjes zich tot larven en daarna tot wormen. Deze wormen scheiden weer eieren uit. Deze eieren komen weer in de ontlasting terecht en zijn voor u als eigenaar, met het blote oog zichtbaar. De larven kunnen ook nog een trektocht maken door het lichaam van uw hond. Larven komen hierbij overal in het lichaam terecht en gaan in rust. Ze kunnen weer geactiveerd worden als de hond drachtig is, en zo pups in de baarmoeder en via moedermelk besmetten.

Een besmetting met spoelwormen is bij volwassen dieren meestal symptoomloos; als er klachten zijn, zijn dit meestal chronische maagdarmklachten. Bij pups en kittens kunnen we zien dat ze minder goed groeien en een minder goede weerstand hebben, vaak zien we dan ook een ‘wormbuikje’ (dikke volle buik bij een verder dun dier). Een wormbesmetting gaat ook een goede werking van vaccinaties tegen. Bij grote hoeveelheden wormen in de darmen bij een jong, niet ontwormd dier kan er een darmafsluiting optreden; hier kan een dier aan overlijden.

Zowel honden als katten kunnen mensen besmetten, dus altijd handen wassen na het buiten spelen! Mensen kunnen besmet raken met spoelwormlarven. Deze worden bij de mens echter geen volwassen worm in de darmen, maar blijven als larve ‘zwerven’ door het lichaam. Vaak gebeurt dit zonder klachten, maar mensen kunnen er ook chronische vermoeidheid en lever-, long-, hersen- en oogproblemen van krijgen.

Bestrijding en preventie kan met de meeste ontwormingsmiddelen.

Haakwormen

Haakwormen komen vooral voor bij kennels, asiels en zwerfdieren, maar ook gezinshonden kunnen besmet raken. Honden kunnen besmet raken met de Nederlandse haakworm (Uncinaria) door het oplikken van besmette grond; klachten zijn vaak milde diarree. De haakwormen die voorkomen in Zuid-Europa (Ancylostoma) zijn agressiever, kunnen via de voetzolen binnendringen en veroorzaken donkere slijmige ontlasting en bloedarmoede.

Zweepwormen

Zweepworm (Trichuris vulpis) of kennelworm komt enkel lokaal voor in bepaalde kennels. In de besmette grond komen veel wormeieren voor die daar tot 5 jaar kunnen overleven. Voornaamste klacht is diarree vanuit de dikke darm (slijm en bloed op de ontlasting).

Hart-/longworm

Hartworm (Dirofilaria immitis) komt alleen voor in Zuid-Europa.  Honden kunnen hartworm oplopen door een steek van een besmette mug, die de larven (microfilariën) onder de huid injecteert. De larven zwemmen naar het hart en de longslagader van de hond, waar ze in 4-6 maanden volwassen worden. Hier planten ze zich voort en zo komen er nieuwe larven in het bloed van de hond, welke worden opgezogen door een andere mug, die daarna een andere hond kan besmetten.
Het kan een half jaar duren voordat een hond klachten krijgt van de hartwormbesmetting en de meeste honden blijven zelfs jaren symptoomloos. Klachten die we kunnen zien bij besmette honden zijn zwakheid, hoesten, minder eten, gewichtsverlies, uitdroging, benauwdheid, flauwvallen na inspanning, vocht in de buik/poten/kop. Als er veel wormen tegelijk afsterven, kan dit leiden tot een plotselinge dood van de hond.
De diagnose kan gesteld worden door bloedonderzoek, het maken van een hartecho en/of door het maken van röntgenfoto’s van hart en longen.
Behandeling van een hartwormbesmetting is erg gevaarlijk, omdat het plots afsterven van een grote hoeveelheid wormen ook tot sterven van de hond kan leiden. De hond moet tijdens de behandeling dan ook 40 dagen echt heel rustig gehouden worden en de medicatie wordt gefaseerd gegeven. Soms is een operatie nodig.
Vanwege de risico’s van besmetting en behandeling is preventie erg belangrijk. Als uw hond tussen april en oktober meegaat naar het Middellands Zeegebied, moet u hem/haar twee keer behandelen: gelijk bij thuiskomst en 30 dagen later, met een ontwormingsmiddel dat werkt tegen hartworm. De middelen die voor dit doel geregistreerd zijn bevatten Ivermectine, Milbemycine oxime, Moxidectine of Selamectine. U voorkomt hiermee dat opgelopen larven uitgroeien tot volwassen wormen. Het kan helpen om ook een muggenwerend middel te gebruiken (zoals een pipet die ook tegen teken werkt), maar als enkel preventiemiddel is dat onvoldoende.

De Franse hartworm (Angiostrongylus vasorum) komt, in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, wel voor in Nederland en is eigenlijk een longworm. Deze komt voor bij honden. Bij de hond zien we ook de longworm Oslerus osleriBesmettingshaarden zijn vaak regionaal, maar lijken wel uit te breiden.
Besmetting treedt op na opname van larven. De larven van Oslerus worden opgenomen via ontlasting van besmette dieren, en kunnen van moeder op pup worden overgedragen. De larven van de andere longwormen worden eerst opgenomen door een slak, die vervolgens wordt opgegeten door een hond of kat of door een kikker, muis, vogel of reptiel, die daarna wordt opgegeten door een hond of kat waardoor die alsnog besmet wordt.
De volwassen wormen zitten in de kleine longslagaders. Hier leggen ze eitjes, waar larven uitkomen. De eitjes of larven worden opgehoest, doorgeslikt en uitgepoept.
Longwormen geven algemene klachten: sloomheid, slechte conditie, slechte eetlust, vermageren, hoesten, benauwdheid, longontsteking, bloedingen in de huid, in de slijmvliezen en in de longen. Diagnose kan soms gesteld worden met een röntgenfoto, maar wordt bevestigd via ontlastingsonderzoek.
Behandeling kan met specifieke ontwormingsmiddelen, maar deze kunnen ook maandelijks preventief gegeven worden.

Lintwormen

Lintwormen (Taenia, Dipylidium en Echinococcus) geven meestal weinig klachten bij huisdieren. Soms merkt een eigenaar jeuk aan de achterhand of worden er proglottiden gevonden (stukjes worm die eruit zien als een rijstkorrel).

ecchinococcus-bron-esccapDe meest voorkomende lintworm is Dipylidium caninum. De hond of kat besmet zich met deze worm door het oplikken van een besmette vlo. Mensen (vooral kinderen) kunnen ook besmet raken met deze lintworm. Dit is niet gevaarlijk, maar kan wel jeuk aan de anus geven. Andere lintwormen worden overgedragen door het eten van prooidieren (muizen, ratten, hazen), onverhit vlees en/of organen. Sommige van deze lintwormen kunnen ook schadelijk zijn voor mensen. Ter preventie is een goede vlooienbestrijding belangrijk, geef dieren liever gekookt vlees of vries vlees minimaal 3 dagen in bij -20C.

De vossenlintworm (Echinococcus multilocularis) komt niet veel voor bij onze huisdieren, maar hij is wel extreem gevaarlijk voor de mens. Als de mens besmet raakt met deze worm, nestelen de larven zich in blazen in de organen met mogelijk overlijden tot gevolg. Mensen kunnen zich besmetten door het eten van besmet bosfruit of via de hond of kat (de eitjes kunnen in de vacht blijven hangen). Belangrijk voor de preventie is om in endemische gebieden (zie kaartje) dieren maandelijks te ontwormen met een geschikt middel.

Ontwormen van de hond 

Pups en kittens moeten regelmatig ontwormd worden op jonge leeftijd, vanwege de besmetting met spoelwormen via de moeder. Wij adviseren pups te ontwormen op 2, 4, 6 en 8 weken en daarna maandelijks tot een leeftijd van 6 maanden. Het is het beste om de ontworming een paar dagen vóór de vaccinatie te geven, om een maximale werking van de entstof te krijgen.

Bij volwassen dieren is het basisadvies om 4x per jaar (om de 3 maanden) te ontwormen, maar afhankelijk van de situatie kan hiervan worden afgeweken. Als dieren veel buiten lopen en er zijn kinderen in het gezin, dan is het verstandig om elke maand te ontwormen.
Maandelijks ontwormen is ook aangewezen in gebieden waar vossenlintworm of hartworm voorkomt (denk hier ook aan als de hond mee gaat op vakantie), of als de hond prooidieren (slakken, kikkers, knaagdieren, vogels, reptielen) eet.

Niet elk ontwormingsmiddel werkt tegen alle soorten wormen. Als u te weinig geeft, werkt een middel ook onvoldoende. Lees daarom altijd aandachtig de bijsluiter. Voor een ontwormingsadvies op maat kunt u contact opnemen met de praktijk.