Mijten zijn kleine spinachtige parasieten die met het blote oog niet zichtbaar zijn. Ze komen voor bij honden, katten, konijnen en knaagdieren, en ook bij de mens. Sommige zijn diersoortspecifiek, andere zijn zoönotisch (ze kunnen van dier op mens overgebracht worden).

Schurft

Schurft wordt veroorzaakt door Sarcoptes scabei var. canis. Deze mijt leeft in de buitenste huidlagen, waar het vrouwtje gangen in graaft om eitjes te leggen. Het duurt 2-3 weken voor een eitje om zich te ontwikkelen tot volwassen mijt. In de omgeving kan de mijt een paar weken overleven; ze kunnen bijvoorbeeld in de mand of borstel aanwezig zijn.

Schurft is erg besmettelijk. Honden kunnen het krijgen via direct contact met een besmette hond of diens borstel of deken. Sarcoptes-mijten zijn diersoortspecifiek en kunnen zich niet voortplanten op de mens, maar ze kunnen wel tijdelijk op de huid aanwezig zijn. Eigenaren kunnen dus wel jeuk en uitslag krijgen door deze mijt.

De klachten van schurft beginnen meestal op de snoet, oorranden, ellebogen en hakken, maar ze kunnen uitbreiden over het hele lichaam. Honden krijgen erge jeuk, rode plekken, bultjes en korsten. Door het vele krabben kunnen ze afvallen of secundaire bacteriële huidinfecties krijgen.

Om schurftmijten aan te tonen nemen we enkele huidafkrabsels. De pakkans is echter laag, daarom kiezen we vaak voor een behandeling bij verdenking. Dit kan in veel gevallen met een speciale pipet. Daarnaast kan een speciale shampoo of medicatie tegen jeuk aangewezen zijn. Ook de omgeving moet goed schoongemaakt worden en contact met andere honden moet zoveel mogelijk vermeden worden.

Oormijt

Oormijt wordt veroorzaakt door Otodectes cynotis en komt zowel voor bij de hond als bij katten. Het is erg besmettelijk en wordt overgedragen door direct contact. We zien het het meest bij jonge dieren, maar het kan in principe op elke leeftijd voorkomen.

Oormijten leven op de huid in het oor. De cyclus (van ei tot volwassen mijt) duurt ongeveer 3 weken. De infectie kan in één of beide oren zitten. Sommige dieren lijken er geen last van te hebben, maar meestal ontstaat er erge jeuk. Vaak is er droog donkerbruin oorsmeer aanwezig, bij ernstige infectie kan er een flinke ontsteking bij komen.

Op basis van de symptomen (jeuk, droog bruin oorsmeer) hebben we vaak al een vermoeden dat het om oormijt gaat. Soms kunnen we met de otoscoop de mijten als kleine witte puntjes in de gehoorgang zien. Door middel van microscopisch onderzoek van wat oorsmeer kunnen we de diagnose met zekerheid stellen.

Behandeling kan met een speciale pipet op de huid of met oorzalf. Het verstandig om ook andere honden en katten in het huishouden te behandelen, ook als ze (nog) geen klachten hebben.

Demodicose (puppyschurft)

Puppyschurft wordt veroorzaakt door Demodex canis. De demodex-mijt is een normale bewoner van de huid: pups krijgen de mijten bij de geboorte al mee van de moeder en ze blijven levenslang aanwezig, meestal zonder problemen. Bij overgroei kunnen er wel klachten ontstaan. We zien behalve bij pups soms ook bij oudere dieren demodex-overgroei, bijvoorbeeld bij een onderliggende ziekte of medicatie waardoor de weerstand is verminderd.
Bepaalde rassen zijn extra gevoelig voor demodicose, bijvoorbeeld de West Highland White Terriër, Engelse Bulldog, Mopshond, Dobermann, Schotse Terriër, de Bull Terriër en de Sharpei. Demodicose van de hond is niet besmettelijk voor de mens of andere dieren; wel komen er andere demodex-soorten voor bij mens en kat.

Demodex-mijten leven in de haarzakjes. Ze zijn langwerpig met acht korte pootjes aan het voorste deel van het lichaam. Bij overgroei raken de haarfollikels beschadigd, waardoor de haren uitvallen. De belangrijkste klacht bij demodicose is dan ook haaruitval (alopecie). Daarnaast kan de huid gaan ontsteken en kan er een bacteriële infectie bij komen.
Demodicose kan op het hele lichaam voorkomen, maar we zien het het meest op de kop (rond de ogen) en aan de voetjes.

We kunnen de mijten aantonen in een afkrabsel of haarpluksel. Behandeling kan op verschillende manieren, waarbij er onder andere gekeken wordt naar de ernst en uitgebreidheid van de letsels, onderliggende aandoeningen en bijkomende bacteriële infecties. Belangrijk is dat we lang genoeg behandelen, we zullen dan ook regelmatig het microscopisch onderzoek herhalen om te kijken of er nog mijten aanwezig zijn.

Vachtmijt

Er zijn verschillende soorten vachtmijten, maar de meest voorkomende bij de hond is Cheyletiella, ook wel schilfermijt genoemd. Iedere diersoort heeft zijn eigen Cheyletiella-soort, maar in de praktijk zijn ze niet zo kieskeurig, waardoor in één huishouden zowel de hond, kat, konijn en zelfs de eigenaar huidklachten kunnen krijgen.

Vachtmijten leven op de huid en leggen hun eitjes vastgekleefd aan de haren. Het vrouwtje kan tot 10 dagen in de omgeving overleven. Ze veroorzaken schilfering en wisselend jeuk, hoewel sommige dieren geen last lijken te hebben

Cheyletiella-mijten kunnen soms met het blote oog gezien worden, maar meestal nemen we een monster met een kam of een afkrabsel en zien we ze onder de microscoop. We kunnen dieren makkelijk behandelen met een speciale pipet, die een paar keer herhaald moet worden. Belangrijk is dat we alle dieren in het huishouden behandelen en dat ook de omgeving goed schoongemaakt wordt.

Herfstmijt

De herfst- of oogstmijt, Neotrombicula autumnalis, leeft in de natuur van plantaardig materiaal. De larven parasiteren echter op zoogdieren. We zien ze vooral op de plaatsen waar de huid contact maakt met de grond: voeten, buik en snoet. Ook zitten de mijten graag op de oren. We zien ze vooral in de nazomer en de herfst.

De mijten (larven) zijn met het blote oog zichtbaar als feloranje speldenknopjes. We kunnen ze ook met microscopisch onderzoek op een afkrabsel aantonen.

Behandeling met de gebruikelijke vlooienmiddelen is meestal afdoende, al moet dit soms worden herhaald in verband met herbesmetting vanuit de omgeving.